De parodontologie is de wetenschap binnen de tandheelkunde die zich bezighoudt met het steunweefsel rond de tanden en kiezen. Het steunweefsel rond de tanden en kiezen wordt ook wel het parodontium genoemd en bestaat uit bot, bindweefsel en tandvlees. In deze weefsels bevinden zich vezels en bloedvaten waardoor de verzorging en de steun van de tanden optimaal in orde is. Het evenwicht in deze weefsels is heel belangrijk en dit kan verstoord worden door plaque, tandsteen en andere ziektes waardoor ontstekingen kunnen ontstaan. Dit begint met een gingivitis en kan overgaan in een parodontitis. Om dit vast te stellen begint de tandarts met een screening volgens een protocol: de DPSI.

DPSI– Dutch Periodontal Sreening Index

De methode om uw tandvlees te beoordelen aan hand van verschillende criteria. Volgende punten worden gecontroleerd:

  1. De diepte van de pockets (ruimte tussen tand en tandvlees vanaf de rand)
  2. Aanwezigheid van tandsteen en eventueel slechte vullingen of kronen
  3. Bloeden van het tandvlees

Om dit vast te stellen wordt met de pocketsonde (meetinstrument in de vorm van een haakje) in de mond gemeten en daarna gekeken of de bovengenoemde punten aanwezig zijn.

De DPSIwordt in zes gebieden gemeten:

  1. Kiezen rechtsboven
  2. Boventanden
  3. Kiezen linksboven
  4. Kiezen linksonder
  5. Ondertanden
  6. Kiezen rechtsonder

De pockets bij de gezonde tanden zijn normaal tussen 1 en 3 mm en het bloedt niet.

Bij het meten krijgen deze gebieden een cijfer van 0 tot 4.

Score 0: geen afwijkingen, geen bloeding, geen tandsteen, alle vullingen in orde

Score 1: bloeden bij het meten, geen pockets, geen tandsteen, vullingen in orde, hier is sprake van een GINGIVITIS

Score 2: zoals 1 maar met tandsteen, ook hier is sprake van een GINGIVITIS

Score 3-: pockets tot 4-5 mm, bloedend tandvlees, dit betekent botafbouw en er wordt gesproken van een PARODONTITIS

Score 3+: zoals 3- maar met terugtrekkend tandvlees bij de pockets, dit betekent dus ook dat er sprake is van PARODONTITIS

Score 4: zoals 3+ maar met pockets dieper dan 5 mm, ook hier is sprake van PARODONTITIS

Bij de scores 1 en 2 is het belangrijk de storende factoren (tandsteen, plaque en eventueel slechte vullingen) te verwijderen, eventueel de mondhygiëne te corrigeren zodat de GINGIVITISweer verdwijnt.

Bij de score 3- is normaal gesproken een grondige reiniging met verdoving door mondhygiënist(e)/tandarts/parodontoloog voldoende om weer een gezonde situatie te verkrijgen, deze behandeling wordt gepland volgens het PAROPROTOCOL

Bij de score 3+ en 4 is een uitgebreide behandeling door de tandarts/parodontoloog noodzakelijk volgens het PAROPROTOCOL

GINGIVITIS

Symptomen:

  1. Bloedend tandvlees
  2. Rood verkleurd tandvlees
  3. Pijnlijk tandvlees
  4. Gezwollen tandvlees
  5. Vieze adem

Een onbehandelde GINGIVITISkan leiden tot een PARODONTITIS.

GINGIVITISis reversibel, dit betekent dat bij een behandeling in de praktijk alle symptomen weer verdwijnen en een gezonde situatie ontstaat.

Een goede mondhygiëne voorkomt het ontstaan van een GINGIVITIS.

PARODONTITIS

Symptomen:

  1. Bloedend tandvlees
  2. Rood verkleurd tandvlees
  3. Pijnlijk tandvlees
  4. Gezwollen tandvlees
  5. Vieze adem
  6. Terugtrekkend tandvlees
  7. Loszittende tanden en kiezen
  8. Verlies van tanden

Een PARODONTITISmoet worden behandeld om te kunnen genezen. Dit gaat volgens het PAROPROTOCOL. Wanneer dit niet gebeurt, worden de symptomen ernstiger en leidt dit uiteindelijk tot verlies van de tanden en kiezen. Een PARODONTITISheeft een negatieve invloed op de rest van het lichaam en versterkt/veroorzaakt bepaalde ziektes zoals: DIABETESen HARTAANDOENINGEN. Roken heeft een negatieve invloed op de PARODONTITISen zorgt voor een slechte genezing van behandeld tandvlees.

PAROPROTOCOL

Patiënten met een DPSI-score van 3-, 3+ en 4 komen in aanmerking voor een parodontale behandeling volgens het PAROPROTOCOL.

Dit betekent dat allereerst een parodontaal onderzoek noodzakelijk is. De eerste stappen zijn de pocketstatus en het vastleggen van een behandelplan. 

De pocketstatus bestaat uit:

  1. het meten van alle pockets bij de tanden en kiezen op 6 punten per tand of kies
  2. bloedingsindex (waar bloedt het tandvlees)
  3. plaque index (waar bevindt zich plaque)
  4. recessies (waar is het tandvlees teruggetrokken)
  5. mobiliteit (welke tanden en kiezen zijn bewegelijk)
  6. open furcaties (waar kan de sonde tussen de wortels)

Bij het behandelplan gaat het om de noodzakelijke stappen en de kosten. Eventueel zijn ook röntgenfoto’s noodzakelijk.

Dan volgt de initiële parodontale behandeling. Deze omvat: mondhygiëne instructie, verwijderen van tandsteen en plaque boven en onder het tandvlees (meestal onder verdoving), en het glad maken van worteloppervlakken. 

Na 3 maanden volgt dan de tussentijdse beoordeling. Dit kan betekenen dat alles weer in orde is en de patiënt in de ondersteunende parodontaal therapiekomt of dat nogmaals een verwijdering van plaque in de pockets volgt. Ook is het mogelijk dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is. Bij de tussentijdse beoordeling wordt weer een pocketstatus gemaakt om de juiste stappen te kunnen zetten.

Parodontale chirurgie is dan noodzakelijk als na een initiële behandeling de pockets niet onder de 5 mm komen. Er zijn verschillende ingrepen mogelijk, waarbij het altijd om een flapoperatie gaat. Deze kunnen gecombineerd worden met regeneratietechnieken om de pockets actief te verminderen. Een week tot 10 dagen na de operatie volgt dan de postoperatieve zorg, hier worden de hechtingen verwijderd en bekeken hoe de wonden genezen. Eventueel wordt nog een mondhygiëne instructie gegeven, gevolgd door een evaluatie na 3 maanden.

Tijdens de postoperatieve evaluatie wordt met behulp van een pocketstatus bekeken of er geen pockets meer zijn (dieper dan 4 mm). Als dan alles in orde is, wisselt de patiënt van de actieve behandeling naar de ondersteunende parodontaal therapie. Zo niet, dan begint het traject weer opnieuw.

Nazorg:

ONDERSTEUNENDE PARODONTAAL THERAPIE

Deze therapie bestaat uit het regelmatig controleren van het resultaat van de parodontale behandelingen. In het begin zijn deze controles om de 3 maanden om ervoor te zorgen dat het niet weer tot een opnieuw opvlammende PARODONTITISgaat komen. Later kan men besluiten de afstanden tussen de controles te verlengen tot maximaal 6 maanden.